ActualiteitenGetuigschriften eerste allochtone ambassadeurs uitgereiktAgenda 22 wegwijzer voor toepassing van de 22 VN Standaardregels in lokaal beleidLinks naar interesante websitesVolwaardig burgerschap eerste lijns zorgWet Maatschappelijke OndersteuningMeldpunt verpleeghuizen | |||||
“Agenda 22”: wegwijzer voor toepassing van de 22 VN Standaardregels in lokaal beleidGelijke kansen voor mensen met een functiebeperking De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aanvaardde in december 1993 internationale regels voor mensen met een beperking. Deze 22 “VN Standaardregels voor Gelijke Kansen voor Mensen met een Handicap” bevatten politieke en morele richtlijnen en de lidstaten verplichtten zich om deze te volgen. De doelstelling van de regels is dat mensen met functiebeperkingen dezelfde kansen krijgen als andere burgers. Veel gemeenten maken hun eigen gehandicaptenbeleidsplannen, soms met de 22 VN-Standaardregels ‘Gelijke Kansen’ als bron vaninspiratie en kennis. Samenwerking met de belangenorganisaties en de ondersteuning van cliëntparticipatie kan per gemeente verschillend geregeld zijn. Methodische aanpak “Agenda 22” is een op de 22 VN Standaardregels gebaseerde strategie of methode voor het maken van beleidsplannen voor mensen met beperkingen. De methode bestaat uit drie delen: kenmerken van een goed beleidsplan, stappenplan en organisatie van het werk. Kenmerken goed beleid Een goed lokaal beleidsplan: • is gebaseerd op de VN Standaardregels • is tot stand gekomen in samenwerking met de belangenorganisaties • bevat concrete doelstellingen • noemt specifieke en concrete maatregelen. Er staat ook in wat gedaan moet worden, wanneer wie bestuurlijk verantwoordelijk is en hoe de financiering is geregeld. Steun voor toepassing VN Standaardregels In Nederland ondertekenden de CG-Raad en de VNG in 1999 een intentieverklaring voor het toepassen van de 22 VN Standaardregels ‘Gelijke Kansen’. De VNG staat positief tegenover het gebruik van de Agenda 22. Download hier Agenda 22 © Zweden: Handikappförbundens samarbetsorgan, HSO, 2002 Postofficebox 1386, SE – 17227 SUNDBYBERG, SVERIGE © Nederland: Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland, 2003 Postbus 169, 3500 AD, UTRECHT Terug naar index linksVanaf 4 juli is de nieuwe site www.denieuwezorgverzekering.nl in de lucht. U vindt er informatie over de nieuwe zorgverzekering, antwoorden op veel gestelde vragen en een overzicht van de op handen zijnde PR campagne. Klik hier voor een directe link. De site van de consumentenbond geeft eveneens duidelijke informatie over het nieuwe zorgstelsel. Klik hier. Kijk ook eens op www.zorgwetten.info. Klik hier. Kijk voor actuele informatie op het gebied van zorg op www.zibb.zorgweek.nl. Klik hier! Een andere belangrijke site is: www.zorgvraaginnovatie.nl. Klik voor deze site hier! Bij het Huis voor de Zorg zelf is onlangs de nieuwe website voor cliënteninitiatieven in Limburg start gegaan. Klik hier als u deze site eens wilt bezoeken! Terug naar index Volwaardig Burgerschap – van belang voor iedereen!Volwaardig Burgerschap is het permanente streven alle rechten die burgers bezitten op grond van nationaal en internationaal recht, ook in volle omvang te doen gelden voor mensen met een verstandelijke of fysieke beperking en daarbij alle middelen te doen inzetten die voortvloeien uit de onvervreemdbaarheid van dit recht. Dit is een hele mond vol, wat bedoelen we daarmee? Mensen met een beperking moeten – net als mensen die geen beperkingen hebben - datgene kunnen doen wat zíj willen op een moment dat het hén uitkomt op een plaats die zíj uitkiezen. Hierbij gaat het niet alleen om zorg, maar nadrukkelijk óók om welzijn van mensen met een beperking! De projectgroep Volwaardig Burgerschap – een initiatief van SOL en FGL – is opgericht als vervolg op “2003 Europees Jaar van Mensen met een Beperking”, een project van de Europese Commissie. De provincie Limburg heeft dit in 2003 financieel mogelijk gemaakt. In 2004 en 2005 is de projectgroep nog geregeld bij elkaar geweest om te kijken hoe er een vervolg aan het Europees Jaar van Mensen met een Beperking gegeven kon worden. Dit heeft inmiddels vorm gekregen. De projectgroep van SOL en FGL heeft in MEE, het Programma VCP en het Huis voor de Zorg partners gevonden die zich actief bezighouden met volwaardig burgerschap voor mensen met een beperking. Her en der in de provincie vinden er al activiteiten plaats rondom dit thema, misschien ook bij u in de buurt. In het najaar zullen we een grote bijeenkomst houden waarbij diverse mensen en organisaties worden uitgenodigd. Volwaardig burgerschap als begrip krijgt daar handen en voeten. Houdt de berichtgeving in de gaten en kijk eens om u heen wat er allemaal al gebeurt! Wat verstaat u zelf onder Volwaardig Burgerschap? Wat houdt voor u het begrip volwaardig burgerschap in? Komt u in uw omgeving obstakels tegen in welke zin dan ook die het u lastig maken om datgene te kunnen doen wat u graag wil? Of heeft u juist goede voorbeelden? Denk bijvoorbeeld aan wonen, werken, vrije tijd, hobby’s, etc. Laat het ons horen via volwaardig@fgl-limburg.nl, volwaardig@sollimburg.nl of volwaardig@meezuidlimburg.nl! Wij zullen deze informatie verzamelen en – natuurlijk met inachtname van uw privacy – gebruiken voor de bijeenkomst in het najaar. Terug naar index De kwaliteit van de eerste lijnszorg moet behouden blijven.Het Huis voor de Zorg heeft haar zorg in onderstaande brief aan minister Hoogervorst kenbaar gemaakt. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport T.a.v. Minister J.F. Hoogervorst Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG Datum: 25 april 2005 Kenmerk: 250-05/HZI05.0105.jmas/sve Betreft: Inkoop goede huisartsenzorg Excellentie, Hierbij richt het Huis voor de Zorg zich tot u. Het Huis voor de Zorg is de netwerkorganisatie, actief in Limburg, die zeggenschap van de zorgvragers centraal stelt. Op dit moment wordt de zorgvrager als eerste (collectieve) partij niet betrokken bij de zorginkoop. Dat is een slechte zaak en niet overeenkomstig het door u gepropageerde stelsel, het is immers ons geld, ons lichaam en onze geest. Om niet de boot te missen verzoeken wij u langs deze weg om voor alle inwoners van Limburg goede huisartsenzorg in te kopen. Wat verstaan wij daaronder. Inkoopeisen van de klant* 1. Toegankelijke huisartsenzorg en een huisarts die tijd voor je heeft. 2. Goede bereikbaarheid van de huisartsenpraktijk. 3. Goede regeling van de acute zorg, dus gewone spreekuren van de huisarts in de avonduren en het weekend. 4. Hoogwaardige deskundigheid. 5. Continuïteit, samenhangendheid en integraliteit. 6. Transparantie. 7. Inkoop op regionale verschillen. 8. EDB/ICT. 9. De huisarts in de regierol bij chronische zorg. 10. Kwaliteitsbeleid, waaronder klachtenregeling en aantoonbaar gebruik daarvan in de praktijk. * Kortheidshalve verwijzen wij naar de petitie 1 op 1, de eerste lijn op de eerste plaats van de NPCF. Uit de berichten die wij tot nu toe vernemen is ons volstrekt onduidelijk hoe u op de 10 eisen van de klant adequate zorg heeft ingekocht. Wij constateren dat vooral wordt gerekend. Wij vrezen dat de door u ingezette koers ertoe bijdraagt dat de huisarts géén tijd meer voor ons heeft. Wij zijn de mening toegedaan dat uw insteek leidt tot individualisering en uitstoting. Het lijkt er op dat u werkt aan de afbraak van de 1e lijn als collectieve doelmatige goedkope voorziening. U brengt geen verschuiving in het macro kader aan ten faveure van de eerste lijn. Uw inzet bevordert de tweedeling in de samenleving en de onbeheersbaarheid van de algehele gezondheidstoestand van de bevolking in achterstandswijken. Immers vrije keuze en individuele verantwoordelijkheid kent zijn grenzen. Er ligt ook een taak voor de samenleving om mensen en buurten niet te laten ontsporen. Gaarne vernemen wij van u zo concreet mogelijk hoe u voor de inwoners van Limburg op voornoemde 10 punten adequate huisartsenzorg hebt ingekocht. Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet. Hoogachtend, Jo Maes Directeur I.a.a. NPCF en Zorgverzekeraars Nederland Terug naar index Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)De toespraak die mevrouw Ross-van Dorp, staatssecretaris VWS, hield tijdens de WMO -startconferentie op 16 maart jl., kunt u hier downloaden. Toespraak WMO | |||||
12 aandachtspunten vanuit zorgvragers | |||||
| De Wmo in ’t kort Een belangrijk doel van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) is dat mensen zoveel en zolang mogelijk de regie over hun eigen leven moeten kunnen voeren: dit betekent zelfredzaamheid en zolang mogelijk gebruik maken van de mogelijkheden van het “eigen” sociale netwerk. Leunen op de overheid moet plaats maken voor steunen op elkaar. In gevallen waar dat niet (meer) lukt, biedt de overheid de noodzakelijke steun. De Wmo biedt de gemeente de kans lokaal maatwerk te leveren. Dicht bij haar burgers en toegespitst op de lokale situatie. Iedere gemeente wordt verantwoordelijk voor een samenhangend stelsel van ondersteuning in de eigen woonplaats. Door de Wmo moet de zorg beter toegankelijk worden voor de burger en er moet sneller worden ingespeeld op (plaatselijke) ontwikkelingen. | |||||
| 1. Voorlichting Wmo Met de invoering van de nieuwe Wmo verandert er veel voor de burgers. Dit betreft zowel de aard als de toegang tot een aantal voorzieningen. Bij de voorbereiding en de uitvoering van de Wmo moeten burgers daarover goed worden voorgelicht. Zorgvragersorganisaties kunnen hierin een nuttige bijdrage leveren. Per slot van rekening kénnen zij de “gebruikers van de Wmo”, hun vragen en aandachtspunten. Zij kunnen actief meedenken, zowel bij het opstellen van een communicatieplan als bij het bepalen van de uiteindelijke inhoud en vormgeving van de informatiedragers. | |||||
| 2. Eén-loket-functie De Wmo regelt dat de gemeente verantwoordelijk is voor een goede informatievoor-ziening en advisering voor al haar burgers over de Wmo. Wij pleiten voor een herkenbaar, laagdrempelig loket dat onafhankelijk informatie en advies geeft en de mensen ook helpt bij het vaststellen van de ondersteuningsbehoefte. Dit loket beperkt zich niet tot de Wmo, maar geeft informatie en advies over alle vragen die zorgvragers hebben. | |||||
| 3. Aandacht voor kwetsbare zorgvragers “Meedoen” en zelf actief worden zijn de belangrijkste uitgangspunten van de Wmo. Wij zijn bezorgd dat deze uitgangspunten te hoog gegrepen kunnen zijn voor dié zorgvragers die juist de maatschappelijke ondersteuning het hardst nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan ouderen die aan het dementeren zijn. Ook vinden wij dat er specifieke aandacht moet komen voor groepen zorgvragers met wie de gemeenten nauwelijks bekend zijn, zoals GGZ-cliënten of mensen met een verstandelijke beperking. Daarom verdient de toegang tot de zorg voor deze kwetsbare (groepen) zorgvragers extra aandacht. | |||||
| 4. Onafhankelijke indicatie Indiceren dient objectief, onafhankelijk en integraal te gebeuren. Dit geldt ook voor de toegang tot de voorzieningen in de Wmo. Daarom is dit geen taak voor zorgaanbieders of voor de gemeenten zelf. Indien gemeenten de indicatie zelf gaan uitvoeren is er geen sprake meer van onafhankelijkheid. Gemeenten kunnen uniforme en toetsbare prestatieafspraken opstellen en deze taak delegeren aan bijvoorbeeld het Landelijk Centrum Indicatiestelling Zorg. Tevens pleiten wij ervoor mantelzorgers tijdig te horen en te betrekken bij de indicatiestelling. Daarnaast zal de gemeente een klachten-, bezwaar- en beroepsprocedure duidelijk en bevredigend moeten gaan regelen. Wil de marktwerking echt slagen, dan zullen er bovendien (Europese) richtlijnen moeten worden vastgesteld, bijvoorbeeld over wanneer er sprake is van echte concurrentie of aan welke (kwaliteits)criteria deze nieuwe toetreders moeten voldoen. | |||||
| 5. Keuze vrijheid en Persoonsgebonden Budget Wij vinden dat zorgvragers moeten kunnen kiezen uit zorgaanbod. Meerdere aanbieders toelaten vinden wij dus een prima idee. Dit betekent dat de gemeente in haar rol van zorginkoper daadwerkelijk meerdere aanbieders moet contracteren. Met een persoonsgebonden budget (PGB) kan de zorgvrager zijn of haar gewenste zorg zelf inkopen. Daarmee heeft de zorgvrager keuzevrijheid en is er werkelijk vraagsturing. Wij dringen er daarom op aan dat de gemeenten ervoor zorgen dat deze vorm van keuzevrijheid en vraagsturing ook op gemeentelijk niveau binnen de Wmo terugkomt. | |||||
| 6. Regiefunctie gemeente De gemeenten gaan zorg dragen voor een integraal en samenhangend beleid op de gebieden zorg, welzijn en wonen. Dit vraagt om een nieuwe gemeentelijke structuur die gericht is op integratie, samenhang en ‘ontschotting’. Daarbij is het belangrijk dat duidelijk is waar of bij wie de eindverantwoordelijkheid ligt. Daarom pleiten wij voor een specifieke ‘wethouder Wmo’ (inclusief WWZ). Eén aanspreekpunt , zowel ambtelijk als bestuurlijk, bevordert tevens de onderlinge betrokkenheid tussen gemeente en zorgvragersorganisaties. | |||||
| 7. Samenwerking tussen gemeenten Wij pleiten ervoor dat gemeenten bij de voorbereiding en uitvoering van de Wmo samenwerking zoeken met andere gemeenten. Een minimale schaal kan de “WWZ-schaal” zijn. Deze samenwerking kan betrekking hebben op gezamenlijk Wmo-beleid, zorginkoop, indicatiestelling, opstellen van de verordening, informatie/adviesfunctie. Naast doelmatigheidswinst ontstaan dan binnen een bepaalde regio geen al te grote verschillen. Meer kans op gelijkheid. | |||||
| 8. Oormerken van geld De Wmo gaat veel zorggebieden en groepen burgers omvatten. Een lastige zaak om daarbinnen de financiën in alle redelijkheid te verdelen. Daarom stellen wij voor om het geld op gemeentelijk niveau te oormerken: het schept inzicht, maakt controle mogelijk en leidt tot (financiële) maatregelen. Daarnaast blijven wij ervoor waken dat de zorg voor iedereen, dus arm of rijk, even toegankelijk is en van eenzelfde kwaliteit. Daarom vragen wij de gemeente om bij het instellen van een eigen bijdrage ervoor te zorgen dat minima hierdoor niet in financiële problemen komen. | |||||
| 9. Ondersteuning Mantelzorgers en vrijwilligers Wij maken ons zorgen over de toename van de druk op mantelzorgers en vrijwilligers. Dit vraagt om duidelijk en proactief beleid van de gemeenten. Aandachtspunten daarbij zijn ondermeer: tijdelijke opvangmogelijkheden (respijtzorg), kostenvergoeding voor vrijwilligers/mantelzorgers en mantelzorgers te horen en te betrekken bij de indicatie-stelling. | |||||
| 10. Bewaken kwaliteit De gemeenten krijgen een nieuwe rol erbij. Zij gaan nu ook zorg inkopen en zullen daardoor de kwaliteit van zorg mee gaan bepalen. Het is naar onze mening van groot belang dat de gemeenten daarom beleid gaan voeren waarbij zij die kwaliteit gaan waarborgen. Wij vinden dat zorgvragers in die kwaliteitscyclus moeten worden betrokken als onafhankelijke toetssteen. Zij dienen zowel bij het formuleren van eisen als bij het toetsen van kwaliteit een rol te krijgen. | |||||
| 11. Zeggenschap van zorgvragers Bij de voorbereiding en uitvoering van de Wmo dient de gemeente advies in te winnen bij vertegenwoordigers van zorgvragersorganisaties. De Wmo vraagt om een gedegen en goed onderbouwde inbreng van de belangrijkste gebruikers van deze wet, namelijk: ouderen, mensen met een functiebeperking, chronisch zieken, mensen met een verstandelijke handicap, (ex-)ggz-clienten en mantelzorgers. Speciale aandacht vragen allochtonen. Wij pleiten voor een sterk gemeentelijk samenwerkingsverband van lokale organisaties van eerder genoemde groeperingen (“Wmo-platform” Dit is een “werktitel”. De vorm en omvang van zo’n samenwerkingsverband zal verschillen per gemeenten.). Dit wordt door de gemeente erkend als gesprekspartner bij de voorbereiding en uitvoering van de Wmo. De gemeente is verantwoordelijk voor de facilitering van dit samenwerkingsverband. 12. Wmo en de WWZ-regio’s De thema’s rond wonen-welzijn-zorg zullen grotendeels onderdeel gaan uitmaken van een samenhangend en integraal Wmo-beleid. Dit pleit ervoor bij de voorbereiding en invoering van de Wmo optimaal gebruik te maken van de bestaande WWZ-structuur. Zorgvragers zien een belangrijke meerwaarde van de Regionale Zorgvragers Overleggen (9 RZO’s) voor de regionale samenwerking, afstemming en coördinatie. Huis voor de Zorg April 2005 Terug naar index | |||||
| x | |||||||
Meldpunt verpleeghuizenPer 1 maart jl. opende de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) het meldpunt verpleeghuizen. Bij dit centrale meldpunt kunnen patienten, clienten, familieleden, vrijwilligers, zorgverleners en beroepsbeoefenaren rechtstreeks terecht met klachten over situaties van onverantwoorde zorg in verpleeghuizen. Deze signalen zijn een onmisbare hulp bij het opsporen van gebreken. Hiermee kan de IGZ optreden om te voorkomen dat de veiligheid en kwaliteit van de zorg in gevaar komen. Mensen die bellen met het meldpunt krijgen een medewerker van het telefoonteam aan de lijn die de klachten en opmerkingen registreert. Een speciaal team van inspecteurs gaat hier vervolgens verder mee aan de slag. Het meldpunt is telefonisch te bereiken op het gratis telefoonnummer 0800-1205 . Algemene informatie over het meldpunt en een lijst van meest gestelde vragen en antwoorden vindt u op de website www.meldpunt-verpleeghuiszorg.nl. U kunt uw klacht ook doorgeven aan het IKG. Terug naar index | |||||||
Wijziging Ondersteunende begeleiding en Activerende begeleiding | |||||
| Er is een notitie geschreven naar aanleiding van de veranderingen binnen de AWBZ. De Ondersteunende en Activerende begeleiding wordt uit de AWBZ gehaald. De notitie gaat in op de wijzigingen en de gevolgen hiervan voor het lokale Wmo-beleid. De notitie is verstuurd naar alle leden van de Wmo-raden in Limburg. U kunt een exemplaar opvragen bij Inge van Schoten inge.vanschoten@huisvoordezorg.nl Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Servie Broers, adviseur Wmo, servie.broers@huisvoordezorg.nl. of telefoonnummer 046 – 420 81 59. | |||||
| Klik hier voor de begeleidende brief. Klik hier voor de notitie. | |||||
Workshops Signalering | |||||
| In deze workshop wordt ingegaan op wat signalering inhoudt, maar wordt vooral gefocust op hoe signalen verkregen kunnen worden uit de achterban en hoe deze signalen weer vertaald kunnen worden naar adviezen aan de gemeente. De workshop duurt van 09.30 tot 13.00 uur en kost 10 euro inclusief koffie/thee met vlaai en workshopmaterialen. De data en locaties zijn:
| |||||
Basiscursus Wmo | |||||
| Op zaterdag 22 november wordt een basiscursus Wmo georganiseerd voor beginnende Wmo-raadsleden, waarin onder meer de inhoud van de Wmo, de cliëntenparticipatie binnen de Wmo, de stand van zaken na 2 jaar Wmo en de thema’s van 2009 en verder aan de orde komen. De basiscursus duurt van 9.00 tot 16.00 uur en vindt plaats in de Velderie te Roermond. Deelname kost 15 euro inclusief lunch en literatuurmap U kunt zich nog aanmelden bij inge.vanschoten@huisvoordezorg.nl. | |||||
Brochure ‘Chronisch zieken en de Wmo’ | |||||
| Chronisch zieken zijn nog vaak ondervertegenwoordigd in Wmo-raden en hun behoeften en belangen zijn niet altijd bekend bij de Wmo-raden. Ook weten chronisch zieken niet altijd wat ze kunnen verwachten van hun gemeente in het kader van de Wmo. Daarom is een brochure geschreven om patiëntenverenigingen en Wmo-raden te helpen bij het ontwikkelen van hun visie op de relatie tussen chronisch zieken en de Wmo. In de brochure zijn eveneens een aantal adviezen opgenomen voor zowel patiëntenverenigingen als Wmo-raden die van pas kunnen komen bij de belangenbehartiging van de chronisch zieken. U kunt de brochure downloaden Klik hier voor de brochure U kunt de brochure ook bestellen voor € 0,95 per stuk. Nadat wij uw betaling hebben ontvangen wordt de brochure verstuurd. Het totaal bedrag moet overgemaakt worden op rekeningnummer 13.50.08.484 t.n.v. Huis voor de Zorg Sittard o.v.v. naam en volledig adres, titel van de brochure en het aantal exemplaren. | |||||
Verlenging meldactie Herindicatie en de tussenresultatenDe meldactie Herindicatie van Zorgbelang Nederland, CG-raad, Platform Lokale Versterking GGZ, LOC, Platform VG en CSO is verlengd tot 31 december 2008. Tot die tijd kunt u bij het Huis voor de Zorg, één van de Zorgbelangorganisaties, uw ervaringen melden rondom de (her)indicaties van de Wmo. Het meldpunt is bereikbaar op www.meldpuntherindicatie.nl en op 046-4208079. De tussenresultaten van de meldactie tot en met juni 2008 zijn beschikbaar. Klik hier voor de tussenresultaten van Limburg Klik hier voor de tussenresultaten in Nederland Een boekje met de resultaten tot en met december 2008 afgewisseld met journalistieke artikelen is in de maak. Het boekje zal ook een handreiking bevatten met praktische tips hoe de signalen uit het meldpunt op lokaal niveau te gebruiken zijn. | |||||

